van de sneeuw naar de zon

We hadden met het hotel afgesproken dat de taxi ons zou komen ophalen om 7 uur, maar om 7u30 was er nog steeds geen taxi te zien en werden we al ongerust.  Het had ’s nachts wel hevig gesneeuwd, het vroor lichtjes, maar de banen waren perfect berijdbaar.  In een wit en feeëriek landschap reden we naar de luchthaven Manas International.  Aan de incheckbalies een rommelig gedoe zonder echte rijen wachtende reizigers en met Kirgiziërs die voortdurend  voorstaken om toch maar sneller op het vliegtuig te kunnen zitten.  Opvallend hoe weinig Engels het luchthavenpersoneel kent.  De kostprijs voor het fietsenvervoer moest op de luchthaven cash betaalt worden aan de luchtvaartmanager waarvoor we een klein reçuutje kregen.  Met een ¾ uur vertraging gingen we dan toch de lucht in.  Drie uren verder toen we in New Delhi landden was het plots 30 graden warmer.  Zoals gebruikelijk staan de Indiërs te drummen om toch maar een stuk van uw bagage te mogen dragen en er de fooi van op te strijken, want ALLE DIENSTEN moeten hier betaald worden.  India mag dan wel goedkoop lijken, je betaald je blauw aan fooien.

De grote lanen van Delhi zijn wel erg veranderd, brede lanen, veel groen, goede signalisatie en vrij proper, veel rotondes die allen genummerd zijn, doch eens je in de zijstraten beland  zie je net dezelfde straatbeelden en vuiligheid als 20, 30 jaar geleden.  Daar is niets veranderd tegenover ons bezoek 20 jaar geleden.  Er zijn wel veel ATM-apparaten in de straten verschenen , maar  je kan maximaal 10.000 roepies  pinnen.  We verbleven er in het leuke  hotelletje SAI MIRACLE, pal in de volksbuurt  Chuna Mandi, een doolhof van straten en steegjes waar het hectisch druk was.  Overal werden we aangegaapt … wat komen die rare snuiters hier doen ?  We bezochten de voornaamste bezienswaardigheden : enkele opvallende tempels, het Qutab Minar- Complex, Indian Gate, het Indira Ghandi Museum en het Red Fort.  Ja, Delhi is zeker een bezoek waard, het gemakkelijkste met een taxi of met de metro die super proper en spotgoedkoop is.  De sites van het UNESCO – Werelderfgoed worden ook heel veel bezocht door de Indiërs zelf, die symbolisch slechts 10 roepies toegangsgeld moeten betalen, terwijl  buitenlanders 250 roepies moeten neerleggen.

Een heel aparte belevenis in India is het verkeer : van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat klinkt getoeter in de straten, getoeter dat alleen stopt aan de hospitalen.  Veel tuk-tuks en fietstaxi’s, waarmee alles, maar dan ook alles kan vervoerd worden.  Niets is te zwaar of te groot.  Eens we in de voorsteden kwamen verschenen  koeien en varkens  in het straatbeeld, doken de slums  en de vuilnisbelten op.  Heel aangrijpend als je de eerste keer in India komt, maar ook na meerdere  bezoeken laat het je niet onberoerd.

In Faridabad maakten we onze fietsen in orde in de binnentuin van het hotel en reden daarna onze eerste kms op Indiase bodem, op zoek naar col en roustinnekes.  Links rijden was geen probleem, rechts afslagen wel.

Het grootste probleem voor de Indische samenleving is de toenemende pollutie, de smog en de strijd tegen de dengue-mug die de Indische regering slapeloze nachten bezorgd.  Ook wij zijn daar bang voor en hebben ons alvast een maskertje gekocht om minder vuilen brol in te ademen tijdens het fietsen.

Dit bericht is geplaatst in dagboek, Indiareis 2015. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *