een moeilijke beslissing

Toen we zondag 18 oktober in Osj het Guesthouse uitreden hadden we er weer zin in.  De weg naar Bishkek lachte ons toe … 670 km zouden we overbruggen in 11 à 12 dagen, een héél mooi traject door de bergen met 2 passen boven de 3.000 m.  Maar na enkele kms kwam er een dikke mist opzetten en begon het te miezelen.  We vorderden goed,  doch na 20 km was de pret eraf toen het begon te regenen.  De kortste weg naar Bishkek loopt hier door Oezbekistan, maar omdat we geen Visum meer hebben voor dat land moesten we een hele omweg maken via het stadje Ozgön, waar we op de middag een lekkere warme soep gingen drinken om ons wat op te warmen.  Het landschap blijft mooi en het is zeer opvallend dat men in Kirgizië grote kuddes paarden op en langs de weg ziet.  Gezien het nog te vroeg was om te stoppen, besloten we door te rijden naar Jellal-Abad waar we in de late namiddag als echte waterkiekens  belandden in CBT-Guesthouse  Ibrahimov.  Het Guesthouse was OK, doch ondanks het koele en natte weer steken de Kyrgiezen nog geen kachels aan en was het dus moeilijk om onze kleren droog te krijgen.  ’s Anderendaags vertrokken we wat later toen minder hard regende, maar het was een maat voor niets want na amper 10 km gingen de hemelsluizen weer open.  We reden die dag amper 54 km tot in de buurt van Kochtor-Ata waar we in een hotelletje sliepen.  ’s Avonds namen we er een moeilijke maar achteraf gezien een rechtvaardige beslissing om met een taxi naar Bishkek te rijden.  Het begin van de rit verliep door licht heuvelend terrein, langs vele drukke stadjes waar het overal markt was,  en mens en dier liepen willekeurig heen en weer over de drukke M41.  Eens voorbij Tash-Kömür volgden we de mooie Naryn-rivier, langs een aantal stuwmeren en reden we  van de ene kloof in de andere … wondermooi, we hadden het zo graag gefietst, maar achteraf gezien is het toch een juiste beslissing geweest.  Na Kara-Köl werden de bergen steeds hoger en spectaculairder en na Toktogul kwamen we in het hooggebergte door een regio van haast 150 km zonder echte bewoning, geen voorzieningen en sprookjesachtig landschap met een dik sneeuwtapijt.  De weg naar de 3.586 m hoge “Too-Ashuu Pass”  was zéér steil met veel bochten, vrachtwagens  kropen als slakken naar boven.  Op 3.180 m hoogte ligt een zéér gevaarlijke tunnel met uiterst slecht wegdek.  Toen we er aankwamen was de tunnel tijdelijk gesloten omdat een grote kudde paarden door de tunnel  liep.  Na een ½ uurtje mocht het verkeer doorrijden en volgde er een spectaculaire afdaling van 65 km tot in Kara-Balta, waar we de weg opdraaiden naar Bishkek.  We namen onze intrek in het gezellige Interhouse, een hostel voor trekkers en bikers.  Tijd om aan ons Visum-dossier voor India  te werken. 

mooie landschappen onderweg

mooie landschappen onderweg

een dikke laag sneeuw naast het wegdek

een dikke laag sneeuw naast het wegdek

de kudde paarden heeft de tunnel juist verlaten, verkeer rijdt tussen de kudde

de kudde paarden heeft de tunnel juist verlaten, verkeer rijdt tussen de kudde

 

Op donderdag 22 oktober trokken we naar de Indische Ambassade, maar stonden voor een gesloten deur omdat het een Holyday was in India en alle officiële instanties gesloten zijn … d’as al den derde keer dat ze ons zoiets lappen.  Dan maar een uitstapje naar de luchthaven gemaakt om informatie in te winnen over vluchten en fietsvervoer.  Bij de terugkeer in de stad viel er sneeuwwater, maar tegen de avond lag er al een mooi  wit laagje op daken en bomen.

Dit bericht is geplaatst in dagboek, Indiareis 2015. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *