het Suikerfeest beleven in de bergen

Op maandag 21 september verlieten we Dushanbe en reden richting Pamir-gebergte.  De eerste 100 km waren perfect asfalt, vlak als een biljarttafel.  We kwamen door vele kleine dorpjes en werden overal vriendelijk begroet.  Onderweg kregen we kilo’s druiven en enkele peren.  Tijdens een klim naar een pass van 1772 m stelden we in Shashmasor onze tent nog eens op in een boomgaard.  Na 100 km belandden we op slechte wegen en in Komsomolobod vroegen we slaapgelegenheid en mochten we slapen in een gemeenschapslokaal van de moskee.  Als voorbereiding voor het Suikerfeest was er schaap geslacht en het vlees geveild.  De schaarse winkeltjes die we langs de weg tegenkwamen puilden uit van de koekjes en snoepgoed.  Maar ja, van koekjes alleen kunnen we niet leven, dus aten we die avond nog eens een noodpakket.  Dag 3 kwamen we aan de splitsing voor de M41, ook Pamir Highway genoemd en hadden de eerste van vele controleposten.  We sliepen die nacht in Damob in de eenvoudige woning van Jusef.  ‘s Anderdaags waren alle kinderen van het dorp om 6.30 uur reeds op de been en liepen alle huizen van het dorp af om snoep te bedelen, een traditie op de dag van het Suikerfeest.  Kinderen uit kleine dorpen lopen die dag vele kilometers naar grotere dorpen om hun smoepzakje toch wat gevuld te krijgen.  Om de traditie te volgen hebben wij ook snoep gekocht en die onderweg uitgedeeld aan kinderen.  Het werd die dag een mooie maar zware rit in de aanloop van onze eerste pass van méér dan 3000 m.  Na 48 km vroegen we de weg naar Safedoran, maar de man stond erop dat we in zijn woning overnachtten in Pastirog.  We beleefden er een gezellige avond (zie leuke ontmoetingen (18)) en sliepen in de kamer van de zoon en schoondochter van het gezin.  Na een stevig ontbijt van arme melk met honing, cay, broodjes, koekjes en snoepgoed namen we afscheid van het sympathieke gezin en klommen de hele voormiddag onder dreigende wolken naar de pass van 3.252,8 m.  Het was er zéér koud, amper 5°C, en na de gebruikelijke fotosessie  begonnen we aan de mooie maar moeilijke afdaling.  We daalden 1.900 m, héél geconcentreerd, over brokken asfalt, keien en putten aan een gemiddelde snelheid van 10 à 12 km/uur en kwamen aan in het leuke stadje Kalai-Khumb om een dagje uit te rusten en onze remmen bij te stellen.  Onze kilometerteller staat intussen op 9.180 km, we hebben méér dan 600 uren gefietst … en we zijn het nog niet moe.

Dit bericht is geplaatst in Algemeen, dagboek, Indiareis 2015. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *