gejaagd door de wind … Turkmenistan

3 september 2015 … vroeg uit de veren, zakken gepakt en om 7.45 uur stonden we al aan de grens.  De Iraniërs beginnen officieel  te werken om 8 uur maar het duurde nog méér dan een ½ uur eer de baas van het kantoor aanwezig was om de controle te starten en de nodige stempels in ons paspoort aan te brengen ; de medicatie werd grondig gecontroleerd, evenals de fotocamera.  Het duurde tergend lang om een stempel in ons paspoort aan te brengen. Een dikke km verder was het douanekantoor van Turkmenistan,  je zag onmiddellijk dat je in een heel ander land terecht kwam : grote mooie gebouwen, alles piekfijn gereinigd, personeel in een mooi outfit, precies zoals de Canadese Patrouilles.  Controle van de paspoorten,  aangifte van geld en elektronisch materiaal, véél papierwerk gedaan door jonge militairen.  12 $ invoertaks betaald per persoon, bagage afladen om door de scanner te sturen, 3 zakken moesten naar de balie voor verdere controle … alle 3 de zakken waren van Agnes.  Intussen werden onze paspoorten zeker 10x gecontroleerd door diverse personen.  Uiteindelijk duurde het nog méér dan een kwartier eer een vrouwelijke douanier 2 stempels plaatste op onze aangifteformulieren en dan mochten we vertrekken.  Het was intussen 11 uur en de weg naar Hauz-Han was nog ver.  Het eerste wat opviel in het verkeer is dat haast 80 % van het wagenpark TOYOTA’s zijn, voornamelijk het type Camry, een echte familiewagen, verder Lada’s, af en toe een Mercedes  en stokoude vrachtwagens.  Op de banen zijn meestal geen witte lijnen getekend en er staan bijna nergens verkeersborden.  In Seraks, na amper 15 km pauzeerden we voor het middagmaal en om 12.15 uur bestegen we ons stalen ros voor een rit van 90 km, een binnenweg naar het waterreservoir van Hauz-Han.  De baan was niet slecht, maar erbarmelijk slecht.  Bij momenten laveerden we tussen putten waarin je makkelijk een auto kan wegstoppen, verbrokkeld asfalt en als alternatief veel off-road.  Op bruggen vaak slechts een grondstrook van enkele tientallen meter.  Kortom een marteling voor mens en dier (ons stalen ros).  Het was al pikdonker toen we in een gigantisch groot hotel aankwamen.  We dachten wauw dit gaat véél te duur zijn, maar het kon ons niet deren.  Uiteindelijk betaalden we 8 € per persoon voor een mooie grote kamer. ’s Anderendaags waren de banen nog degelijk en dank zij een kleine rugwind belandden we in Bayramaly, waar we in een hostel sliepen naast een heerlijke bar (… waar we ons biergehalte na al die droge weken terug op peil konden brengen.  De 3° dag sliepen we in een klein gat, Ulich, in een mooi hotel voor een appel en een ei.  Dank zij een lichte rugwind geraakten we de 4° dag na een marathonrit van 135 km door de woestijn, in Turkmenabat, waar glamour en glitter weer schitterden.  We brachten er de nacht door in een prijselijk hotel.  Dag 5 deden we rustig aan : door de stad kuieren per fiets, de juiste weg zoeken om over de treinsporen (!) te geraken en via een vlottende brug belandden we in Farab, de laatste grensstad.  Tegen 13:30 geraakten we aan de Turkmeense grens … ze was gesloten voor de middagpauze.  Even na 14 u begonnen  de brigadiers onze paspoorten veelvuldig te contoleren, nog een aangifteformulier invullen, nog eens in het paspoort kijken en dan het verlossende antwoord : you may go !!!!!   Twee km door de woestijn om bij de Oezbeekse douane te geraken.  Bagage door de scanner, maar dan … moesten we alle medicijnen op een bureautje leggen en werd elk pilletje nauwkeurig gecontroleerd en opgezocht in de computer ; na een dik uur mochten we alles terug inpakken en beschikken.  Het was 15u30.  Gauw wat geld gewisseld en een eerste spotgoedkope maaltijd genomen en dan nog een ritje van 30 km met wind op kop.  De eerste 10 km een viervaksweg van redelijke kwaliteit, in het midden gescheiden door een doorlopend betonnen muurtje ; daarna werd het asfalt almaar slechter en nam de wind toe .  Na 30 km hielden we het voor bekeken en zochten we in Olot een dak boven ons hoofd … niet eenvoudig in een stadje  waar ze alleen Turkmeens of Tajieks spreken.                       

Dit bericht is geplaatst in dagboek, Indiareis 2015. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *