Turkije … mooi ! maar niet voor doetjes

Het binnenland van Turkije blijft ons  fascineren, maar om toch een beetje vooruit te geraken moeten we af en toe grote wegen nemen : dat zijn dan meestal E-wegen met 4 of 6 rijstroken en een brede pechstrook voor zwakke weggebruikers.  Voordeel is dat het asfalt in perfecte staat is, de hellingen gematigd tot moeilijk zijn en er in vele tankstations cay te verkrijgen is, ook tijdens de Ramadan ; nadeel is het geraas van vooral zware vrachtwagens en het voortdurend getoeter om ons goeiendag te zeggen.  Als het enigszins kan en we geen absurde beklimmingen moeten doen, nemen we kleine wegen door het binnenland.  Zo verlieten we Amasya via het enige fietspad dat we tot nog toe zagen en 2 pittige hellingen op de grote weg E95, maar reden nadien van Suluova naar Ladik langs een zéér rustige weg tussen golvende tarwevelden, maar strijdend tegen een strakke NO-wind.  Ook de weg naar Samsun begon met 2 pittige hellingen naar 780 m en 670 m, maar nadien werden we beloond met een 22 km lange afdaling naar de Zwarte Zee.  De kustweg van Samsun naar Trabzon (344 km lang) is andermaal een E-weg (E-70) met verschrikkelijk veel geraas, maar wat is het alternatief ? … door de bergen met absurd véél hoogtemeters met slechte wegen en geen CAY, want die kun je in het binnenland tijdens de Ramadan nergens krijgen.  En de Zwarte Zee ….. de lucht ziet hier even zwart als het zwarte strand.
Haast alle dagen krijgen we één of meerdere buien over, ’s avonds steevast afgerond met een hevig onweer.  We doorkruisten vele mooie kuststadjes, maar in Terme was toch iets heel eigenaardigs te zien : van de ene stadsgrens naar de andere stonden over het hele traject van enkele kms, langs weerskanten van de baan, duizenden en duizenden witte tweedehandsbusjes (Dolmus) te wachten op een nieuwe eigenaar.  Tussen Fatsa en Ordu ligt een nieuwe lange tunnel, maar wij reden langs de oude weg het schiereiland rond : een prachtige en rustige bergkustweg met schitterende panorama’s en een leuk terrasje op het strand waar de cay heerlijk smaakte.  Tussen Ordu en Trabzon lagen vele tunnels die tussen de 46 m tot 992 m lang waren, die we allemaal doorfietsten, behalve ééntje van 2172 m die we links lieten liggen en daar rond de stad Tirebolu fietsten, een echt kuststadje met veel toeristen.
Tussen Ordu en Trabzon hadden we links steeds zicht op de Zwarte Zee en rechts op de steile en hoge hellingen beplant met miljoenen en miljoenen hazelaars !!!
Op zondagnamiddag, 28 juni 2015, fietsten we samen met Marc en Marie-Josée fier de stad TRABZON binnen, reden naar het standbeeld van Ataturk in het Centrum voor een groepsfoto en bezegelden onze eerste 10 weken met een forse pint in het stadspark.

Dit bericht is geplaatst in dagboek, Indiareis 2015. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *